De werking van een airco-installatie

Schematische weergave van de werking van het koudemiddelcircuit
Schematische weergave van het koudemiddelcircuit

Airco’s voor auto’s bestaan uit een gesloten systeem waarin onder druk een koudemiddel circuleert. De werking is gebaseerd op het natuurkundige principe dat door verandering van druk en aggregatietoestand de temperatuur kan worden beïnvloed. Afhankelijk van de plaats in het systeem vinden we het koudemiddel als gas of als vloeistof terug.

  1. De COMPRESSOR (1, ook wel AIRCOPOMP) verplaatst het gasvormige koudemiddel van de verdamper via het expansieventiel (lage drukzijde) naar de condensor (hoge drukzijde).
  2. Het opgewarmde gasvormige koudemiddel wordt door de CONDENSOR (3) gepompt. Hier staat het zijn warmte af aan de -al dan niet door een fan aangevoerd- rijwind. Door de temperatuurdaling ondergaat het koudemiddel een faseverandering en wordt weer vloeistof.
  3. Het vloeibare koudemiddel passeert de FILTERDROGER (5). Hier worden vuil en vocht verwijderd. De filterdroger fungeert ook als buffer voor het koudemiddel.
  4. Het vloeibare koudemiddel, nog steeds onder hoge druk, stroomt naar het EXPANSIEVENTIEL (8). Deze reduceert de druk door slechts een (vooraf berekende) geringe hoeveelheid koudemiddel door te laten en regelt daarmee de doorstroomhoeveelheid naar de verdamper.
  5. In de VERDAMPER (6) wordt, zoals de naam al zegt, het vloeibare koudemiddel weer gasvormig. Door de drukverlaging en volumevergroting gaat het koudemiddel koken. Dit proces onttrekt warmte aan de omgeving. De blower, die de lucht langs de verdamper blaast, kan dit proces versnellen of vertragen.
  6. Vanuit de verdamper stroomt het inmiddels gasvormige koudemiddel weer via het expansieventiel naar de compressor waarmee het hele proces weer opnieuw begint.